Maatregelen
Bij het in dienst nemen van een persoon met een handicap krijgt de werknemer een heel pakket van maatregelen toegekend die tewerkstelling kunnen bevorderen.
We zetten ze voor u op een rijtje:
Vlaamse Ondersteuningspremie:
Vanaf 01/10/2008 werd de VOP (Vlaamse Ondersteuningspremie) van kracht, de maatregel vervangt de huidige VIP en CAO26.
De Vlaamse ondersteuningspremie is een tegemoetkoming aan een werkgever die een persoon met een arbeidshandicap aanwerft of heeft aangeworven, aan een zelfstandige met een arbeidshandicap ter compensatie van de kosten van de inschakeling in het beroepsleven, de kost van ondersteuning en van verminderde productiviteit.
Toekenning van de VOP
VIP en CAO 26 zijn overgegaan naar een systeem van 1 maatregel in oktober 2008.
Tot september 2008 spreken we van een Vlaams fonds dossier zoals ze door de PEC zijn goedgekeurd. Vanaf oktober 2008 zal een arbeidsspecialist van de VDAB hierin tussenkomen voor de beoordeling of ze al of niet recht hebben op één of meerdere bijzondere tewerkstellingsondersteunende maatregelen. Dit recht kan van bepaalde duur of onbepaalde duur zijn. Dit zowel voor personen in traject als werkenden.
Er blijft een procedure van heroverweging: de persoon met een indicatie van arbeidshandicap en de persoon met een arbeidshandicap kan een verzoek tot heroverweging indienen, indien hij niet akkoord gaat met de beslissing
Bedrag VOP
Bedrag VOP wanneer aanvraag gebeurt binnen 3 maanden na aanwerving
KW indienstname en 4 volgende KW 40% van het referteloon
5de KW tot 16de KW 30% van het referteloon
17e KW tot einde van de tewerkstelling 20% van het referteloon
Bedrag VOP wanneer aanvraag gebeurt na 3 maanden na de aanwerving
KW indienstname en 12 volgende KW 30% van het referteloon
13de KW tot einde van de tewerkstelling 20% van het referteloon
Opmerkingen
* Op gemotiveerde aanvraag van de werkgever kan de VDAB een hogere tussenkomst toestaan. De tussenkomst kan nooit hoger
zijn dan 60%. Verhogingen worden toegekend voor bepaalde duur.
* De premie wordt bovendien gebaseerd op het werkelijke loon (= wat hier omschreven is als referteloon) en niet, zoals voordien, op het
minimumloon in de sector. Reden voor de graduele benadering zijn de kosten die een werkgever vooral in het begin van de
tewerkstelling maakt. Een werknemer met een handicap moet vaak langer ingewerkt worden, er zijn aanpassingen nodig in werkschema's en taakverdelingen, enz.
Voor welke werkgevers
Algemeen
Natuurlijk persoon of privaatrechtelijke rechtspersoon (uitgezonderd beschutte werkplaatsen), een provincie, gemeente of OCMW of een instelling van het onderwijs kan gebruik maken van de VOP.
Zelfstandigen
In de nieuwe regeling wordt ook rekening gehouden met zelfstandige arbeidsgehandicapten (zelfstandige in hoofdberoep). Ook zij kunnen vanaf juli 2008 een beroep doen op het systeem van de loonkostsubsidie.
• zowel startende zelfstandigen als zelfstandigen die hun activiteit hervatten mits positieve beoordeling van hun activiteit.
• berekeningsbasis van loonkost is op basis van het Gewaarborgd Minimum Maandinkomen.
KW indienstname en 4 volgende KW 40% van het referteloon
Gedurende volgende KW van zelfstandige activiteit 20% van het referteloon
Interimwerk
Bedrag VOP bij tewerkstelling in kader van uitzendarbeid
KW indienstname en 4 volgende KW 40% van het referteloon
Gedurende volgende KW van interimwerk 20% van het referteloon
De helft van het bedrag van de VOP wordt door het uitzendkantoor overgemaakt aan de gebruiker.
Overgangsbepalingen
werknemers die nu genieten van de VIP:
KW van indienstname en 15 volgende KW 30% van het referteloon
16de KW tot einde van de tewerkstelling 20% van het referteloon
werknemers die nu genieten van een loonsubsidie hoger dan 30%
KW van indienstname en 15 volgende KW Behoud van huidige loonsubsidie
16de KW tot einde van de tewerkstelling 20% van het referteloon
werknemers die nu genieten van een loonsubsidie lager dan 30% (en hoger dan 20%)
KW van indienstname en 15 volgende KW 30% van het referteloon
16de KW tot einde van de tewerkstelling 30%van het referteloon
werknemers die nu genieten van een loonsubsidie lager dan 20% bij inwerkingtreding van het besluit tot het einde van de tewerkstelling:
20% van het referteloon
Algemene opmerkingen
- GIBO: periode van de GIBO wordt gelijkgesteld met een periode van tewerkstelling voor de berekening van het bedrag van de VOP vb. persoon heeft GIBO gedaan van 1 jaar = eerste jaar van VOP wordt overgeslagen
- Bij verandering van werkgever start opnieuw cyclus
- Persoon die ooit premie heeft toegekend gekregen (in kader van W02 en W03) blijft altijd rechtgevend ook bij verandering van werkgever
- Brede cumul met andere loonkostverminderingen met als reden dat andere tegemoetkomingen niet worden toegekend op basis van een arbeidshandicap ( bv. activa, 50+premie). Met uitzondering van wep+ : geen combinatie met VIP.
- Duur van tewerkstelling : minimumperiode effectieve tewerkstelling is 1 dag.
- VOP ook van toepassing vanaf één dag uitzendarbeid.
Werkkaart:
Sedert 1/1/2002 is de werkkaart in voege. Iedereen die meer dan 1 jaar (6 maand voor 45+) is ingeschreven bij het Vlaams Fonds voor Sociale Integratie van Personen met een Handicap heeft recht op een werkkaart en de daaraan gekoppelde voordelen:
- RSZ-vermindering (afhankelijk van leeftijd, aantal jaar werkzoekend of in het bezit van een VF-nr., variërend tussen € 400 en € 1000 per trimester)
- eventueel activering van de uitkering
Voor de specifieke berekening van dit voordeel, kan u een loonsimulatie opvragen bij de arbeidsbegeleider. De voordelen in kader van een werkkaart zijn cumuleerbaar met de voordelen van een Vlaamse inschakelingspremie of CAO26.
Startbanenkaart / start activa:
Een werkgever kan voor elke -26 jarige een startbanenkaart aanvragen. Indien werkzoekende tot een van volgende categoriëen behoort...
- ten hoogste een diploma van de tweede graad secundair onderwijs
- van allochtone afkomst en geen diploma/getuigschrift van het hoger secundair onderwijs
- arbeidsgehandicapt en geen diploma/getuigschrift van het hoger secundair onderwijs,
... kan de werkgever RSZ voordelen ontvangen. Indien cliënt wordt aangeworven 21 maanden na beëindigen studies kan de werkgever tevens een tussenkomst in het loon ontvangen (activeringsuitkering). Een cliënt die beschikt over een Vlaams fonds nummer, telt dubbel voor het vervullen van de startbaanverplichtingen.
Voor de specifieke berekening van dit voordeel, kan u een loonsimulatie opvragen bij de arbeidsbegeleider.
De voordelen in kader van een werkkaart zijn cumuleerbaar met de voordelen van een Vlaamse inschakelingspremie of CAO26.
Premie aanwerving oudere werknemer:
Een werkgever kan een premie ontvangen voor aanwerving van een 50 plusser, voor een periode van maximum 4 opeenvolgende kwartalen. De premie wordt door de VDAB uitbetaald en kan aangevraagd worden via de VDAB . Voor een 57 plusser kan een werkgever een RSZ vermindering genieten.
Voor elk kwartaal waarin de werkgever van het voordeel van deze maatregel wil genieten moet hij/zij dit in de driemaandelijkse aangifte aan de RSZ (de DMFA aangifte) vermelden bij de tewerkstellingslijn van de werknemer waarop hij/zij het voordeel wenst toe te passen.
De voordelen in kader van een aanwerving oudere werknemer zijn cumuleerbaar met de voordelen van een Vlaamse inschakelingspremie of CAO26.
Eerste aanwervingen:
Voor een eerste, tweede en derde aanwerving kan een werkgever een RSZ vermindering toegekend worden. Voor elk kwartaal waarin de werkgever van het voordeel van deze maatregel wil genieten moet hij/zij dit in de driemaandelijkse aangifte aan de RSZ (de DMFA aangifte) vermelden bij de tewerkstellingslijn van de werknemer waarop hij/zij het voordeel wenst toe te passen. De voordelen in kader van een ‘eerste aanwerving’ zijn cumuleerbaar met de voordelen van een Vlaamse inschakelingspremie of CAO26.
Meer info kan je ook vinden op volgende websites : aandeslag en slimtewerkstellen.